Esperanto - De tweede taal voor iedereen

Deze brochure beoogt informatie te verschaffen over hoe en waarom deze universele hulptaal is ontstaan, door wie ze wordt gebruikt en wat de te verwachten ontwikkelingen zijn.
Door het grote aantal talen in de wereld is het niet mogelijk dat iedereen de ander kan verstaan. Het leren van één of meer vreemde talen is helaas een tijdrovende aangelegenheid.
Internationale communicatie is dus een probleem. In het verleden zijn er daarom al pogingen aangewend om een taal samen te stellen die voor iedereen gemakkelijk te leren zou moeten zijn.
Wil men zich een juist beeld vormen over het bestaansrecht en de mogelijkheden van zo'n nieuwe taal, dan dient men enig inzicht te hebben in de bestaande taalverhoudingen.
Het grote verzamelwerk van A. Meillet en M. Cohen (Les Langues du Monde) noemt meer dan 3600 namen van talen en dialectgroepen, waarvan er zeker 100 internationaal belangrijk zijn.
Reeds in de 17e eeuw zocht men naar middelen om deze moeilijkheid uit de weg te ruimen. Maar tot op heden ontbreekt nog steeds een algemeen erkende mondiale verkeerstaal.
Het is waar dat op dit moment internationaal gezien het (Amerikaans-)Engels een belangrijke rol speelt.
Maar ook Frans, Spaans en Duits zijn talen die buiten hun eigen gebied als belangrijke verkeerstaal gelden.
Daarnaast zijn zeker ook het Arabisch, Chinees, Japans, Italiaans, Maleis, Portugees, Russisch, - naast verscheidene andere - talen met meer dan nationale betekenis.
Maar ook al zou men b.v. in Europa kunnen volstaan met de kennis van het Engels, Frans, Duits of Russisch, dan valt het toch niet te ontkennen dat het nuttig effect beperkt blijft.
Bovendien zal die kennis slechts verkregen kunnen worden ten koste van zeer veel tijd en inspanning.
Immers, het is al zeer moeilijk - naast het beheersen van de eigen taal - om zelfs maar één vreemde taal zo te leren dat men zich met een zeker gemak erin kan uitdrukken.
Het is algemeen bekend dat de moeite, tijd en kosten die men besteedt aan het leren van vreemde talen, niet opwegen tegen de resultaten.
Effectiever is het om voor internationale kontakten, van welke aard dan ook, gebruik te maken van slechts één bepaalde taal.
Niet alleen zou men zich veel moeite en tijd kunnen besparen, maar ook zou het effect van die ene taal, mits algemeen aanvaard, verrassend groot zijn.
Internationale congressen en organisaties zouden geen gebruik meer hoeven te maken van kostbare installaties en tolken.
Toerisme, handel, wetenschap en diplomatie, in een woord alles wat internationaal georiënteerd is, zou in hoge mate gebaat zijn met één algemene verkeerstaal.
Het is echter hoogst onwaarschijnlijk dat alle volkeren ter wereld, of - dichter bij huis - alle westerse volkeren, ooit vrijwillig een bestaande nationale taal als algemene verkeerstaal zullen aanvaarden.
Het nationaal gevoel van vrijwel alle volkeren verzet zich tegen een onevenredig grote bevoorrechting van één natie als het gaat om het verheffen van diens nationale taal tot de rang van wereldhulptaal. (discriminatie)
Het is vanzelfsprekend dat de natie, waarvan de taal de algemeen aanvaarde verkeerstaal zou worden, meer dan alle andere naties hiervan profijt zou trekken. Niet alleen zouden de inwoners van dat land vrijgesteld zijn van de moeilijke, tijdrovende en kostbare bestudering van een vreemde taal, maar bovendien zouden ze door hun grotere bedrevenheid en volkomen vertrouwdheid met die (eigen) taal in een gunstiger positie komen te verkeren.
Het cultuurpatroon van die natie zou gemakkelijk een overheersend karakter kunnen krijgen. ( cultuurimperialisme )
Aangezien een nationale taal dus niet veel kans maakt ooit als universele verkeerstaal aanvaard te worden, blijft slechts het alternatief:
a) te berusten in de bestaande onbevredigende situatie,
of
b) een hulptaal te aanvaarden als neutraal( dus niet-discriminerend ) communicatiemiddel.

De weerstanden die er nu nog zijn om de wereldhulptaal Esperanto te aanvaarden - ondanks het feit dat deze taal reeds ruim honderd jaar zijn bruikbaarheid in alle opzichten overtuigend heeft bewezen -staan op één lijn met de kortzichtigheid en onwetendheid waarmee verschillende rangen en standen destijds de sterrenkunde van Copernicus en Galilei, de natuurkunde van Newton en de theorie van Darwin aanvochten.
Totdat men fatsoenshalve niet meer om de druk van de bewijsvoering heen kon, het accepteren moest, en zich er dan ineens meester van maakte, als vanzelfsprekend bewijs van eigen schranderheid.
Verheugend is het dat de belangstelling voor Esperanto, als bovennationaal communicatiemiddel, duidelijk groeiende is.
Nadrukkelijk moet daaraan worden toegevoegd: als tweede taal, naast de eigen nationale taal.

Iets over hulptalen

Een hulptaal (kunsttaal/plantaal) is veelal een in beginsel eenvoudige en logisch opgezette taal.
Al heel lang hebben velen zich met zo'n taal bezig gehouden en inmiddels bestaan er honderden hulptaalprojecten.
In 1927 waren er al 520 al dan niet volledig uitgewerkte taalprojecten geregistreerd door de bibliografische dienst van de Universala Esperanto-Asocio (UEA).
Sindsdien zijn er nog tientallen bijgekomen. Vrijwel alle projecten brengen het echter niet verder dan de schrijftafel waar ze zijn ontworpen. Geleerden van grote vermaardheid, o.m. Descartes, Comenius, Leibnitz en Jespersen hebben zich al bezig gehouden met het idee van een universele hulptaal.
Van de vele projecten die destijds in de belangstelling hebben gestaan noemen we er enkele waarvan de namen ons nu nog bekend in de oren klinken.

NAAM SAMENSTELLER JAAR
Solrésol J. Sudre 1866
Volapük J. Schleyer 1880
ESPERANTO L.L. Zamenhof 1887
Idiom Neutral V. Rosenberger 1893
Universal H. Molenaar 1903
Interlingua G. Peano 1903
Ido L. de Beaufront 1907
Occidental E. de Wahl 1922
Novial O. Jespersen 1928
Eurolengo L. Jones 1972

Behalve het Esperanto (en het Ido, alleen omdat 't nog al eens in kruiswoordraadsels wordt gevraagd ) zijn ze bijna alle in de vergetelheid geraakt. In feite is het Esperanto de enige bestaande hulptaal die zich door dagelijks gebruik in de loop van de afgelopen honderd jaar heeft kunnen ontwikkelen van een taalproject tot een echte levende taal.

Opmerking: Een taal leeft niet in biologische zin. Een taal is een maatschappelijk fenomeen; zij leeft en ontwikkelt zich door intermenselijk gebruik.
Zo ook het Esperanto dat dagelijks over de hele wereld wordt gebruikt.
Door de uitzonderlijke kwaliteit is het Esperanto het enige tussen de projecten van vóór en na zijn verschijning, dat een wereldwijde aanhang heeft verkregen, waar leerboeken voor bestaan in alle belangrijke talen, en dat een geschreven literatuur bezit (vertaald en origineel) van zo'n veertigduizend titels. Dagelijks rollen er boeken in het Esperanto van de pers. Er verschijnen wel 100 tijdschriften op velerlei gebied en uit bijna alle continenten. Deze reeds aanwezige grote hoeveelheid literatuur is uitermate belangrijk. Immers hoe zou men ooit een taal kunnen leren beheersen, zonder daarin veel gelezen te hebben?

HET IS DE MENS DIE DE TAAL MAAKT; IEDERE TAAL IS DUS KUNSTMATIG.
Deze opvatting treffen we aan bij taaigeleerden, die werkelijk studie hebben gemaakt van de z.g. levende talen. Opmerkelijke voorbeelden van andere kunsttalen die niet meer als zodanig worden gezien en door een ieder als natuurlijke talen worden aanvaard:

Hoogduits

"Deze taal is een merkwaardig voorbeeld van hoe een taal kunstmatig en opzettelijk gevormd kan worden uit verschillende volkstalen......
Dit Hoogduits, dat een door weinigen gevormde kunsttaal is ...... "
( dr J. te Winkel; Taalgroepen en talen, 1904 )

Frans

"De schrijvers van de 16e en 17e eeuw, tevens taaltheoretici van formaat, hebben het toen nog tamelijk losse middeleeuwse Frans omgesmeed tot de strakke, doordachte taal, welke het Frans nog is; een kunsttaal, niet geheel vrij van kunstmatigheid, maar als voertuig voor de geest een onovertroffen schepping"......
(dr P.M. Maas; Prisma woordenboek Frans-Nederlands '54)

Italiaans

Het huidige Italiaans, de taal waarin destijds Dante "La Divina Commedia" schreef, is door hemzelf gecreëerd uit verschillende dialecten. ( Voorwoord uitgave 1963; S.I.E.I. - Milano ) Tekenend is, dat die taal toentertijd (+ 1300) dezelfde kritiek ondervond, op basis van vrijwel identieke ongefundeerde argumenten van een aantal intellectuelen, als nu tegen het Esperanto wordt aangevoerd. Dante zegt daarvan, dat die tegenwerpingen afkomstig zijn van "blindheid bij de beoordeling" (oordeel vormen zonder de taal te kennen), "boosaardige beschuldiging" (beweren dat zo'n taal geen literaire waarde kan hebben, zonder die nieuwe uitdrukkingsvorm zelfs maar bestudeerd of gebruikt te hebben) enz.

Nieuw Noors

In een serie lezingen voor de Zweedse radio gaf Prof. Dr Björn Collinder als voorbeeld van een kunstmatige taal het Nieuw Noors/Nynorsk. Ter vervanging van het Deens werd het destijds door de dialectonderzoeken Ivar Aasen gecreëerd op het fundament van het dialect uit zijn geboortestreek met aanvulling uit andere dialecten en uit het Oud Noors/Gamlenorsk. Deze op basis van oorspronkelijke dialecten kunstmatig geordende taal is in Noorwegen officieel geaccepteerd en wordt algemeen gebruikt en onderwezen.

EN...
uit de laatste tijd kennen we bovendien nog de schepping van het IVRIET, het moderne Hebreeuws - de taal van de jonge natie Israël. Maar ook de BAHASA INDONESIA de taal van het grote eilandenrijk in Z.O.- Azië is een wetenschappelijk geordende kunsttaal op basis van het Maleis. Al deze bovengenoemde plantalen - ieder op zich als bestaande volkstaal tot één of meer naties behorend - functioneren uitstekend.

En ook ESPERANTO functioneert al ruim 100 jaar even doelmatig en ontwikkelt zich net als iedere andere levende taal. Esperanto behoort echter niet tot één bepaalde natie, maar behoort toe aan allen in deze wereld. Met behoud van ieders nationale taal en cultuur wil het zijn: DE TWEEDE TAAL VOOR IEDEREEN.

Verenigingen

In Nederland zijn de aanhangers van de gedachte "een tweede taal voor iedereen" en die daarbij als die tweede taal het Esperanto zien, georganiseerd de vereniging Esperanto Nederland. Daarnaast zijn er nog verenigingen, b.v. van blinden, wetenschappers, jongeren, onderwijzers en leraren, die voor hun internationale contacten uitsluitend gebruik maken van het Esperanto.
Van deze wereld-organisaties heeft er één - verreweg de grootste - haar hoofdkantoor in Nederland. Het is de "Universala Esperanto-Asocio" (UEA), een politiek strikt neutrale wereldvereniging, die gevestigd is in Rotterdam. Er zijn thans in meer dan 70 landen nationale verenigingen die samenwerken met de UEA. Daarnaast heeft zij in meer dan 100 landen z.g. "individuaj membroj", individuele leden die rechtstreeks lid zijn van UEA. Een "individua membro" ontvangt behalve het belangrijke maandblad "Revuo Esperanto", een jaarboekje waarin o.m. vermeld staan de namen en adressen van meer dan 3.500 UEA-gedelegeerden die overal ter wereld bereid zijn de leden met raad en daad terwille te zijn voor de meest uiteenlopende zaken. De telefonische of schriftelijke kontakten verlopen uiteraard in het Esperanto.
In het jaarboekje "jarlibro" staan ook vermeld de namen en adressen van zo'n 40 internationale verenigingen die als voertaal het Esperanto hebben gekozen en met de UEA samenwerken, (o.m. van artsen, auteurs, automobilisten, blinden, ecologen, filologen, filmers, journalisten, juristen, computergebruikers, mathematici, musici, ornithologen, radioamateurs, schakers, scouts, vegetariërs, wetenschappers enz.) Ook ontvangen de leden om de twee jaar de "Katalogo" waarin de duizenden op dat moment verkrijgbare boeken vermeld staan.
Individuaj membroj t/m 25 jaar zijn automatisch lid van de Wereld Esperanto-Jeugd Beweging / "Tutmonda Esperantista Junulara Organizo" (TEJO) en ontvangen gratis het uitstekende jeugdblad "Kontakto" dat vier taalniveaus kent: van eenvoudig naar normaal niveau.

UEA organiseert jaarlijks in een ander land, meestal in de hoofdstad, een Esperantowereldcongres van een week of langer.
UEA is uitgever en distributeur van boeken, CD's, DVD's, enz. en heeft een instantie die bemiddelt bij verzoeken om correspondentie.
In het UEA-gebouw te Rotterdam is óók gevestigd (en voor iedereen toegankelijk) de "Biblioteko Hodler", één van de drie grootste Esperantobibliotheken ter wereld, waar o.m. te vinden zijn het archief en de documentatie over het wereldtaalprobleem. Ook de modern ingerichte boekwinkel op de begane grond is een bezoek zeker waard.

Behalve de mensen die Esperanto spreken en lid zijn van een vereniging, zijn er in binnen- en buitenland tallozen die de Internationale Taal spreken zonder dat zij lid zijn van een Esperanto-vereniging.

Immers, ook niet iedereen die zwemt is lid van een zwemvereniging en niet iedere schaker is lid van een schaakclub. Niet iedereen die Frans spreekt is lid van de "Alliance Française".
Het gehele ledenbestand van alle Esperanto-verenigingen die bekend zijn, staat daarom in geen verhouding tot het werkelijke aantal Esperanto-sprekenden in de wereld. Men schat het totale aantal op verscheidene miljoenen.

HOE KAN MEN WETEN OF IEMAND ESPERANTO SPREEKT ?

Veel mensen die Esperanto hebben leren spreken en die gemakshalve "Esperantisten" worden genoemd, maken zich kenbaar door b.v. op hun jas een speldje te dragen waarop een groene, vijf puntige ster staat afgebeeld. De vijf punten symboliseren de vijf werelddelen en de kleur groen is de kleur van de hoop.

WIE CONSTRUEERDE HET ESPERANTO ? Dr L.L. Zamenhof werd 15 december 1859 in Bialystok (Polen) geboren. In dat gebied werden in die tijd vele talen gesproken, o.m. Pools, Russisch, Duits en Jiddisch. Door die taalverscheidenheid begreep men elkaar dikwijls niet en dat gaf heel wat misverstanden. Achterdocht, haat en nijd waren maar al te vaak het gevolg. Om meer begrip voor elkaar te kunnen krijgen, besloot Zamenhof, van beroep oogarts maar begiftigd met een geniaal inzicht in taal, een kommunikatie-middel te maken dat iedereen zou kunnen leren. Aanvankelijk noemde hij zijn taal "Lingvo Universala", d.i. "Universele Taal". Maar in 1887 publiceerde hij in een boekje zijn taalproject "La Internacia Lingvo" onder de schuilnaam "Doktoro Esperanto". Esperanto betekent in feite "degene die hoopt". Geleidelijk aan kwam men er toe om het pseudoniem "Esperanto" te gebruiken om de taal aan te duiden.
Er bestaan uitvoerige beschrijvingen van het leven en werk van Dr Zamenhof. Daarom laten wij het hier bij bovenstaande beknopte beschrijving.

Vorm en struktuur van de taal

Esperanto is een plantaal in die zin, dat bestaande woordelementen volgens plan en op een logische manier zijn samengevoegd. Door dagelijks gebruik werd ook het Esperanto een levende taal.
De oorspronkelijke woordstammen van het basisproject zijn overgenomen uit bestaande talen: ca. 60 % uit Romaanse , 30 % uit Germaanse , 6 % uit Slavische en 4 % uit andere talen.
Het zal de reden zijn waarom Esperanto heel natuurlijk klinkt.

In de afgelopen honderd jaar werd het oorspronkelijke Esperanto verrijkt met een groot aantal nieuwe woorden waaronder veel technische. En net zoals bij alle andere gesproken talen in de wereld, komen er ook in het Esperanto nog dagelijks nieuwe woorden bij. Zoals de Franssprekenden hun "Académie Française" hebben, zo kennen de Esperantosprekenden (ook wel Esperantisten genoemd) hun "Akademio", een genootschap van taalkundigen dat de ontwikkeling van het Esperanto nauwlettend observeert.
Door de vele Romaanse en Germaanse woordstammen is het uiterlijk van de taal dus tamelijk westers; de fundamentele structuur echter niet. En het is voor een groot deel de structuur die de aard van een taal bepaalt. Opmerkelijk is het dat de structuur van het Esperanto veel weg heeft van die van de Aziatische talen.

Van Claude Piron, voormalig tolk bij de Wereld-Gezondheids-Organisatie en auteur van verscheidene in het Esperanto geschreven boeken, verscheen de brochure: "Esperanto, een Europese of Aziatische taal ?" (Verkrijgbaar bij het UEA)

Esperanto is samengesteld, net zoals het Chinees, uit onveranderlijke elementen die met elkaar kunnen worden gecombineerd. Zamenhof zelf was zich er wel van bewust dat hij een niet-Indo-Europese taal had uitgewerkt. Hij heeft echter achteraf verklaard dat hij dat in 't begin niet hardop durfde te zeggen om de almachtige westerlingen van die eeuw niet af te schrikken. Indo-Europese talen worden nl. gekenmerkt door grote onregelmatigheid in grammatica en woordenschat.

In het Engels b.v. - een taal die door velen ten onrechte als zeer eenvoudig wordt bestempeld - vinden we duizenden voorbeelden van deze onregelmatigheid, zelfs in de meest elementaire zinnetjes. Wij moeten leren dat "sterk" "strong" is, maar "sterkte" "strength". Het werkwoord "go" wordt in de derde persoon "goes" en in de verleden tijd "went". Over de moeilijke uitspraak en schrijfwijze van het Engels bestaat zelfs een veelbetekenend grapje van de bekende Engelse schrijver Bernard Shaw, die vond dat het woord "fish" maar als "ghoti" moest worden geschreven, omdat:
- de f de klank is van de gh in "laugh"
- de i de klank is van de o ,in "women"
- de sh de klank is van de ti in "nation"
Voor een Chinees is deze onregelmatigheid heel moeilijk, zo niet onbegrijpelijk. Wie Chinees leert en het woord "sterk" kent, weet meteen ook het woord "sterkte". Als we het Chinese woord voor "ik" hebben geleerd, kennen we automatisch de woorden voor "mij" en "mijn". Wie het werkwoord "zijn" kent, kan zonder moeite op regelmatige manier vervoegen "ik ben" enz.

Zo ook in het Esperanto.
Vanuit woordstammen, die veelal internationaal al bekendheid hebben, worden volgens vaste regels de woorden gevormd. Hierbij wordt een systeem van voor- en achtervoegsels met vaste betekenissen gehanteerd. Later geven we hiervan nog voorbeelden.

Hoe klinkt het esperanto

Omdat de klinkers en zachte medeklinkers de overhand hebben, klinkt het Esperanto enigszins als Italiaans. In het Esperanto bestaan geen dubbele klinkers, zoals b.v. in het Nederlands de aa, ee en uu. De klemtoon valt altijd op de voorlaatste lettergreep van een woord. Bovendien is de uitspraak regelmatig en fonetisch, d.w.z. elke letter wordt altijd op dezelfde wijze uitgesproken en de woorden worden uitgesproken zoals ze geschreven zijn. Vergelijk wat betreft de letter -e- met één enkele uitspraak in het Esperanto, met de letter -e- in onze Nederlandse taal in de woorden "verleren" of "gegeven", of b.v. de letter -a- in de Engelse taal in de woorden "table", "man", "a" (als lidwoord), "after", en "all", waarin de letter -a- respectievelijk als ongeveer -ee-, -è-, -ù-, -aa-, en -ò- wordt uitgesproken.

Is esperanto een mooie taal

Over smaak valt natuurlijk niet te twisten. Wat de één als schoonheid ervaart, laat de ander onverschillig. Zeker is dat het niet de bedoeling van de maker is geweest om in eerste instantie een mooie taal te maken. De opzet was het samenstellen van een taal die voor iedereen gemakkelijk te leren zou moeten zijn. Een taal zonder onnodige franje, een taal in een notedop. Dat Esperanto echter door vrijwel iedereen die deze taal heeft horen spreken als een mooie, welluidende taal wordt ervaren, is natuurlijk een heel plezierige bijkomstigheid.

In "La Gazette du Conseil" van maart 1986 zegt de bekende taalkundige Georges Kersaudy, specialist in Latijnse, Germaanse, Skandinavische, Slavische en Oosterse talen, w.o. het Lets, het Maleis, het Aramees en niet te vergeten de taal van zijn voorouders, het Bretons: "Maar het Esperanto is wel de rijkste en mooiste taal van allemaal !"

IS ER VERSCHIL TE HOREN IN DE ESPERANTO-UITSPRAAK VAN BIJVOORBEELD EEN FRANSMAN EN EEN AMERIKAAN? In principe hoeft daar geen verschil in te zitten, omdat er vaste regels zijn voor de uitspraak.

Wie bij aanvang van de studie niet voldoende aandacht schenkt aan de uitspraakregels van het Esperanto-alfabet, zal logischerwijze opvallen door zijn slechte uitspraak. Dat geldt voor iedere taal die bestudeerd wordt.

Wanneer iemand het Esperanto spreekt en daarin toch zijn typisch nationale tongval door laat klinken, zal hij in een internationaal Esperanto-gezelschap kunnen ervaren, dat men al gauw zijn land van herkomst raadt. Dit hoeft natuurlijk geen afbreuk te doen aan duidelijkheid en begrip. Ongetwijfeld zal men elkaar goed kunnen verstaan en er zal geen misverstand zijn omtrent de inhoud van hetgeen er is gezegd. Ter verduidelijking kunnen wij stellen dat velen van ons het Nederlands spreken volgens de norm van het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) zonder enige tongval. Anderen spreken ook volgens die ABN-norm maar toch is 't meteen te horen dat ze b.v. uit Amsterdam komen of uit Rotterdam, Maastricht of Groningen.
Aan duidelijkheid of begrip doet dit niets af; wij verstaan elkaar uitstekend. In het Esperanto is dit net zo.

EN HET LATIJNSE ALFABET DAT IN HET ESPERANTO WORDT GEBRUIKT ? Is dat geen bezwaar voor mensen in landen waar een ander alfabet wordt gebruikt ? Zoals in landen met het Arabische of Cyrillische schrift; en talen met Chinese of Japanse karaktertekens (ideogrammen). Bovendien bestaan er immers nog een aantal andere.

In zijn boek Vijf Kunsttalen schrijft de bekende taalkundige dr W.J.A. Manders daarover:
"Het Latijnse alfabet is niet slechts gebruikelijk in bijna alle westerse landen, maar het is ook daarbuiten aan velen bekend. Ieder behoorlijk geoutilleerde drukkerij in de gehele wereld is in staat om teksten in dit alfabet af te drukken. Van geen enkel ander alfabet kan hetzelfde gezegd worden. Alleen de Latijnse lettertekens kunnen dus voor een plantaal in aanmerking komen. Op dit punt bestaat tussen de auteurs van plan- of kunsttalen geen verschil van mening" Uit eigen waarneming in Arabische landen kunnen wij zien dat ook het Latijnse alfabet daar dagelijks heel veel wordt gebruikt. In Oost-Europa en in alle andere landen met het Cyrillische schrift wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van het Latijnse alfabet. In Japan worden het karaktertekenschrift en het Latijnse alfabet allebei vrijwel evenveel gebruikt. Ook in China wordt van ons alfabet steeds vaker gebruik gemaakt: in de hoofdstad Peking verschijnt in een grote oplage een prachtig maandblad in kleurendruk in het Esperanto "El Popola Ĉinio" (Uit het land van het Chinese Volk) met algemene informatie over dit immense land.
Nieuws rechtstreeks uit de eerste hand. Het Latijnse alfabet voor een wereldtaal lijkt dus geen omstreden zaak.

Is esperanto gemakkelijk te leren

Het leren van een taal kost tijd en moeite.
Ook de kennis van Esperanto komt niet zomaar aangewaaid.
Maar.... zonder twijfel is het Esperanto de minst moeilijke taal. Esperanto is veel gemakkelijker te leren dan welke etnische taal dan ook.
Velen met gevoel voor taal leren het spelenderwijs, anderen maken het zich snel eigen door hun gevoel voor logica.

Als regel kan men stellen dat Esperanto te leren is in een gedeelte van de tijd die nodig is om een willekeurige etnische taal te leren en wel om de drie volgende redenen:

  • Esperanto heeft een zeer eenvoudige grammatica, gebaseerd op 16 regels, zonder uitzonderingen.

  • De Esperanto-stamwoorden zijn systematisch geput uit de woordenschatten van nationale talen, waardoor veel mensen een grote hoeveelheid stamwoorden ontmoeten waarvan zij de betekenis al kennen.
    Probeert u maar eens het volgende stukje te lezen:

    Elefanto, ĝirafo, tigro, kato kaj hundo estas bestoj.
    La blonda knabo kun la bronza medalo estas olimpika sportisto.
    En la salono de la kastelo estas tablo kun planto, antikva lampo, moderna horloĝo, kaj ses fruktoj - unu citrono, du tomatoj kaj tri bananoj - .

  • Door een eenvoudig systeem van voor- en achtervoegsels die elk een vaststaande betekenis hebben, kan men van stamwoorden een groot aantal nieuwe woorden maken. Zo ongeveer als men in het Nederlands van vriend afleidt: vriendelijk, vriendin, onvriendelijk, vriendschap, enz. Het leren van afzonderlijke woorden is dus tot een minimum beperkt. ( In het nieuwe woordenboek beslaat het Esperanto gedeelte 110 bladzijden; het Nederlandse deel heeft hiervoor 300 bladzijden nodig!)

Esperanto is hierdoor 5 tot 10 maal sneller te leren dan welke taal ook.

Heeft esperanto een eigen literatuur

Jazeker. Men kan stellen dat het Esperanto een mondiale literatuur heeft omdat de culturele inbreng van vele volkeren is samengevat in een groot aantal in de Internationale Taal geschreven werken, zowel proza als poëzie.
Over de hele wereld rollen dagelijks tijdschriften en zowel originele als vertaalde boeken en dichtbundels van de persen.
De dichtkunst staat zeker op hetzelfde peil als die in nationale talen. De souplesse van de taal is ongekend. Het aantal dichtbundels en dichters is relatief groot.

Nieuwe woorden

Alle voor het eerst gebruikte woorden voor nieuwe begrippen en nieuwe voorwerpen worden, nadat ze geruime tijd zijn gebezigd, in laatste instantie beoordeeld door de "Akademio", een gezelschap waarin taaigeleerden uit vele landen zitting hebben. Als het nieuwe woord voldoet aan de regels van het "Fundamento de Esperanto", en het de goedkeuring verkrijgt van dit elite-gezelschap, wordt dit nieuwe woord officieel toegelaten tot de Esperanto-woordenschat.
Van tijd tot tijd publiceert de Akademio lijsten met deze nieuwe woorden.

Hoe leer ik esperanto

In tal van plaatsen worden door de Esperanto-verenigingen cursussen georganiseerd.
Erg eenvoudig is het om thuis te studeren met een van de vele internetcursussen. Ook bestaat er verschillende leerboeken, deze zijn verkrijgbaar bij het UEA.

Esperantocontacten

De Nederlandse Esperanto-verenigingen hebben veelvuldig contact met identieke verenigingen in de ons omringende landen. Regelmatig worden er gemeenschappelijke bijeenkomsten georganiseerd.
Maar ook elders in de wereld zijn er het hele jaar door Esperanto-aktiviteiten te bespeuren.
In de 14-daagse krant "Heroldo de Esperanto" verschijnt ieder jaar een lijst van ca. 200 congressen, bijeenkomsten, studieweken, seminaria, werkkampen, kampeer-, fiets-, skivakanties enz. waar Esperanto de voertaal is.
Maar volledig is de lijst zeker niet, want er verschijnen naast de "Heroldo" nog wel zeker 100 andere tijdschriften in het Esperanto !
De deelnemers aan deze bijeenkomsten hebben met elkaar gemeen:

  • dat ze allen Esperanto kunnen spreken
  • dat niemand een tolk nodig heeft hoeft te gebruiken
  • dat niemand zich door het taalgebruik de mindere (gediscrimineerd) behoeft te voelen
  • dat ieder gelijke moeite heeft moeten doen om die taal machtig te worden

Omdat iedereen rechtstreeks met iedereen kan communiceren is er geen verlies van tijd, geen verlies van geld en geen verlies van prestige.

Pasporta servo

Letterlijk vertaald betekent het Paspoort Dienst. In feite is het de dienstverlening voor gratis of bijna gratis logies bij mensen die ook Esperanto hebben leren spreken en die het leuk vinden om b.v. voor een nader te bepalen periode een "samideano", een geestverwant bij zich in huis te hebben. Er zijn inmiddels honderden logiesgevers op alle continenten en de kring breidt zich steeds uit.
De Pasporta Servo wordt georganiseerd door Tutmonda Esperantista Junulara Organizo (TEJO), de jeugdvereniging van de politiek neutrale wereldorganisatie Universala Esperanto-Asocio (UEA).
Wie van deze unieke dienstverlening gebruik wil maken, kan voor een gering bedrag, jaarlijks in het bezit komen van de laatst verschenen brochure die de namen en adressen vermeldt van alle bekende logiesgevers. De deelnemers moeten aan twee voorwaarden voldoen: behoorlijk Esperanto kunnen spreken en te goeder naam en faam bekend staan.

Universala kongreso

Het grootste evenement voor de esperantisten is het wereldcongres van de UEA ( la Universala Kongreso de Esperanto ), dat ieder jaar in een ander land wordt georganiseerd. Dit spektakel met zo'n 2000 tot 5000 deelnemers uit dikwijls meer dan 50 landen kent z'n weerga niet in de Esperantowereld. Het zou juister zijn om hier te spreken van een Esperanto-festival, want het is voor een deelnemer te enen male onmogelijk aan alles deel te nemen. Gedurende een hele week is er van 's morgens vroeg tot 's avonds laat een veelheid van activiteiten, bestaande uit zo'n 150/160 programmaonderdelen, die vrijwel alle voor iedere congresganger toegankelijk zijn. Sommige van de reeds eerder genoemde internationale verenigingen die als voertaal het Esperanto kozen (artsen, automobilisten, journalisten, juristen, enz.) houden er hun jaarvergadering. Er is een "congresuniversiteit" waar hoogleraren en professoren uit o.m. Europa, U.S.A., China en Japan lezingen geven over de meest uiteenlopende onderwerpen. Er zijn oecumenische, katholieke en protestantse kerkdiensten, taalcursussen, examens, debatten over beleid, over proza, poëzie, discriminatie, vrouwen(on)recht enz.
De eerste avond is de kennismakingsavond. Later in de week is er een feestelijk diner met aansluitend een groots bal. Een hele dag wordt uitgetrokken voor een excursie. Er zijn ook verscheidene theatervoorstellingen soms opera of cabaret, zang- en muziekuitvoeringen, folklorevoorstellingen en poppentheater.
Een week lang is deze heterogene menigte een bruisende, woelende eenheid.

HUWELIJKEN Veel ontmoetingen tijdens internationale bijeenkomsten leiden tot langdurige relaties of tot een huwelijk. Een Japans meisje b.v. trouwt met een Nederlander, een Bulgaarse met een Pool, een Spaanse met een Duitser enz. De omgangstaal in huis blijft veelal Esperanto en ook voor hun kinderen is het meestal de eerste taal die ze leren. Later op straat en op school leren ze dan natuurlijk ook de betreffende landstaal.

Het vertedert menigeen wanneer tijdens zo'n Universala Kongreso uit alle delen van de wereld meegebrachte peuters, kleuters en jonge kinderen met elkaar bezig zijn en uitsluitend Esperanto spreken.

Blindenorganisaties

"LIBE", de internationale blindenorganisatie die als voertaal het Esperanto koos, heeft een actieve Nederlandse afdeling, "NoSoBE" genaamd, met veel buitenlandse kontakten. Ook LIBE is één van die 40 verenigingen die zijn aangesloten bij de UEA.
Visueel gehandicapten kunnen Esperanto leren omdat leerboeken en woordenboeken in braille zijn omgezet. Voor slechtzienden zijn er leerboeken met vergrote tekst. Veel Esperantolectuur wordt in Blindenbibliotheken op banden ingelezen.
Door geen enkele taalgrens gehinderd circuleren deze "gesproken boeken" in vele landen.

Europese eenheid

In de brochure "Europese Eénheid" lezen we:
"Een onmisbare voorwaarde voor werkelijke eenheid in Europa is, dat alle burgers elkaar kunnen verstaan. Het voor dat doel gebruiken van de taal van een bepaald volk betekent discriminatie tegenover de andere."

Helaas zijn wij met die eenheid nog lang niet zover dat alle burgers van Europa met elkaar kunnen praten. Bovendien werken er in bijna alle Europese landen werknemers die van buiten Europa afkomstig zijn en van huis uit een andere taal spreken.

Naast de nationale talen is dus nodig, de neutrale hulptaal Esperanto, die men in belangrijk minder tijd kan leren dan die benodigd voor een andere taal.

Europees parlement

In kranten en tijdschriften kunnen we regelmatig opschriften lezen als bijvoorbeeld "Tolkenprobleem bij de E.G.", of "Straatsburg gaat op Babel lijken". Toch durfde een lid van het Europees Parlement n.b. te zeggen dat dank zij de simultaanvertaling het Europees Parlement goed functioneert.
Hij voegde er wél aan toe:

  • als je maar in korte zinnen praat, van b.v. maximaal 8 woorden
  • en als je ook maar geen spreekwoorden gebruikt
  • en als je geen zegswijzen bezigt
  • en als je ook maar langzaam praat

Bij het gebruiken van spreekwoorden en gezegdes geeft de vertaler nl. door: "de geachte afgevaardigde gebruikt een spreekwoord" of "de geachte afgevaardigde bezigt een zegswijze".
Maar de vertaling wordt niet gegeven !

Is esperanto een utopie

Of het Esperanto de tweede taal voor iedereen zal worden is niet een utopie, maar een open vraag. Een utopie is wel, dat ooit een nationale taal die taak zal vervullen !

Unesco

Reeds in 1954 heeft in Montevideo de Algemene Vergadering van Unesco in resolutie IV-1.4.422. de resultaten erkend, die middels het Esperanto op het gebied van internationale intellektuele uitwisseling zijn bereikt.
En op het in 1977 in Reykjavik gehouden Wereld Esperantocongres, met 1197 deelnemers uit 41 landen, erkende de directeur-generaal van Unesco in zijn toespraak het reële nut van die taal voor de communicatie tussen de volken.
Op 8 november 1985 in Sofia heeft Unesco opnieuw een resolutie (11-11.) aangenomen waarin alle Lidstaten thans worden opgewekt o.m. tot de invoering in hun scholen en hoger onderwijsinstellingen van een studieprogramma zowel over het taalprobleem als over Esperanto !

Literatuur

Een van de meest volledige Esperanto bibliotheken in de wereld, die van de Britse Esperantisten-vereniging in Londen, bezat enkele tientallen jaren geleden reeds meer dan 33.000 geregistreerde delen. Het betreft hier zowel vertaalde als originele werken.

Onder de vertaalde werken nemen de bloemlezingen uit de literatuur van vele landen een bijzondere plaats in vanwege hun grote literaire waarde. Zo treffen wij deze in het Esperanto vertaalde anthologieën aan uit de Poolse, Catalaanse, Bulgaarse, Belgische (Waals en Vlaams gedeelte), Litouwse, Hongaarse, Zweedse, Tsjechische, Slowaakse en Zwitserse literatuur, gepubliceerd vóór de tweede wereldoorlog, en uit de Engelse, Deense, Braziliaanse, Portugese en Chinese letterkunde, verschenen n§ de tweede wereldoorlog.
Tal van meesterwerken uit vrijwel iedere nationale literatuur zijn reeds in een Esperanto-vertaling verschenen. Zo zijn belangrijke werken vertaald van o.m. Homerus, Sofocles en Virgilius, Dante en Shakespeare, Sienkiewicz, Mickiewicz, Prus, Madách, Petöfi, Babits, Karinthy, Byron, Edgar Allen Poe, Jack London, H.G. Wells, Molière, Racine, Hugo, Voltaire, Baudelaire, Balzac, de Maupassant, Sartre, Goethe, Schiller, Heine Remarque, Zweig, Lessing, Hebbel, Goldoni, De Amicis, Tolstoj, Poesjkin, Lermontov, Gogol, Toergenjev, Tsjechov, Dostojevski, Cervantes, Blasco Ibaïtez, Calderón, Ibsen, Bjørnson, Alexis Kivi, Andersen, Selma Lagerlöf, Strindberg, Capek, Vrchlický, Maz'uranic, Tadijanovic, Senoa, Lusjin, Kuo Mo-zjo, Silone, Omar Kajam, Vazov, Salom Alechem, Vondel, Maurits Dekker, Castro Alves, Akutagawa, Krishnamurti en vele anderen.

Bijzondere vermelding verdient wel de vertaling van de Bijbel, de Koran, de Bhagavad-Gita, de indrukwekkende 5-delige Japanse Kroniek en de Japanse gedichtenbloemlezing Mannjoo-Sjutu Het juiste aantal tot heden toe in de Internationale Taal verschenen boeken is niet bekend. Opvallend is dat in Esperanto geschreven boeken steeds vaker worden vertaald in nationale talen.

Vakwoordenboeken en terminologieën

Naarmate de wetenschaps- en vakliteratuur in het Esperanto zich verder ontwikkelden, groeide ook het aantal terminologieën op deze gebieden.
Tot begin 1972 waren er in de wereld in totaal 163 verschillende vak woordenboeken in het Esperanto verschenen voor een 50-tal takken en ondervertakkingen van filosofie, wetenschap, techniek, ambachten en andere speciale gebieden. Van deze woordenboeken zijn er 73 in boekformaat verschenen (met 50 of meer bladzijden) en 90 als brochures (van 5 tot 50 bladzijden).
In 1975 verscheen bij Kluwer een prestigieus 9-talig woordenboek speciaal voor handel en economie. Als sleuteltalen koos men Engels en Esperanto.

Slechts weinig nationale talen kunnen op een zo rijke collectie vakterminologieen en woordenboeken bogen. Wat op dit terrein gepresteerd is, is van zeer grote betekenis, ook wanneer men het beziet vanuit het oogpunt van algemene normalisatie van de onderscheidene vaktalen. In zijn rapport getiteld "Interlingual Scientific and Technical Dictionaries" erkent dr J.E. Holstrom dit feit.

Kranten en tijdschriften

Op 1 september 1889 verscheen de eerste krant in de Internationale Taal. Sedertdien zijn verschenen of verschijnen honderden diverse bladen en tijdschriften. De belangrijkste thans uitgegeven periodieken zijn: "Esperanto" ('t officiële orgaan van de UEA met abonnees in 100 landen), "Kontakto" (jongerentijdschrift met 4 taalniveaus; gratis voor UEA-leden tot 26 jr), "Heroldo de Esperanto" (onafhankelijke krant met nieuws over Esperanto), "Monato" (onafhankelijk maandblad met nieuws in het Esperanto; te vergelijken met "Time" / "Newsweek"), "El Popola Ĉinio ", "Sennaciulo", "Sennacieca Revuo", "Medicina Internacia Revuo", "Internacia Jura Revuo", "Internacia Pedagogia Revuo", "La Internacia Fervojisto", "Espero Katolika", "Kvakera Esperantisto", "Oomoto", "Dia Regno", "Biblia Revuo", "Filologo", " Voĉo de Handikapuloj", "Internacia Ĵurnalisto ", "Internacia Komputado", "Scienca Revuo", "La Skolta Mondo", "Esperanto-Turismo", "Hungara Vivo", "Bulgara Esperantisto", "La Korea Espero", "Homo kaj Kosmo", "Paco", "Ovo". Deze periodieken behandelen vraagstukken van algemene aard of zijn uitgaven op speciale vakgebieden. De belangrijkste literaire tijdschriften zijn "Fonto" en "Literatura Foiro".
Internationale Taal worden uitgegeven, treffen wij in de verschillende nationale talen ongeveer 80 vakbladen en andere periodieken aan, die artikelen en resumés publiceren in het Esperanto.

Vertaalmachines

Het is algemeen bekend dat de mogelijkheden van computers veel groter blijken te zijn, dan menigeen vroeger ooit gedacht heeft. Zo wordt nu koortsachtig gewerkt aan systemen waarmee de computer vertaalwerk van ons kan overnemen. Wij typen een tekst in een of andere nationale taal (b.v. Nederlands) in de computer - zoals dat thans in tekstverwerkers al dagelijks gebeurt - en verlangen met een druk op de knop deze tekst in een andere nationale taal op het scherm te zien verschijnen (b.v. Duits, Engels of Frans).
Technisch is het geen probleem om woordenboeken en grammatica's in een computergeheugen op te slaan.
De moeilijkheden voor machinaal vertalen liggen echter op het terrein van de semantiek. (d.i. de leer van de betekenis van de woorden)

Zo kan een Duitse zin "Ich weiss nicht wo ich meinen Stock gelassen habe" bij woord-voor-woord-vertaling uit de machine komen als "Ik wit niet waar ik denken etage kalm bezit". Wordt echter aan de morfologische (de vorm betreffende) analyse ook de syntactische (de zinsbouw betreffende) analyse toegevoegd, dan zal het beter gaan, want dan zal de machine een juiste keus maken tussen "Ik wit" en "Ik weet".

Prof.Canisius (Keulen) heeft bedacht om de termen van een Duitse tekst met de komputer te vertalen in b.v. het Engels en het bindweefsel te laten staan. Dat wordt prachtig ! "Sieben different type von road surface mit different method zur measurement ihrer skidding resistance und roughness werden describe." (Voorbeeld authentiek; p.268)

Met een ander -inmiddels klassiek- zinnetje: "Zij zagen het meisje met de verrekijker", weet de computer werkelijk geen raad, omdat die zin wel op tenminste 4 verschillende manieren kan worden uitgelegd. Maar ook wij kunnen uit deze Nederlandse zin niet opmaken wie nu eigenlijk de verrekijker in z'n bezit heeft.

De problematiek met betrekking tot het vertalen met de computer heeft men aanvankelijk duidelijk onderschat. Een Amerikaans project uit de zestiger jaren dat Russisch naar Engels moest vertalen (Systran) liep op een volkomen mislukking uit. De problematiek blijkt veel gecompliceerder en thans is wel bekend dat hier in feite een geheel nieuw terrein van wetenschap is betreden, wat men tegenwoordig "Kunstmatige Intelligentie" noemt.
Momenteel is men op vele plaatsen in de wereld bezig deze problematiek met nieuwe methoden aan te pakken; o.m. in Europa (Eurotra) en verder voornamelijk in Japan, USA en Engeland. Algemeen is men van mening dat voor de oplossing van dit vraagstuk 50 tot 100 "manjaren" nodig zullen zijn. D.w.z. dat 5 hoog gekwalificeerde wetenschappers, voorzien van de modernste hulpmiddelen en in harmonie samenwerkend, hieraan 10 jaar lang een volledige dagtaak zullen hebben.

Het is interessant te constateren, dat wanneer wij b.v. de zin "Zij zagen het meisje met de verrekijker" niet in een nationale taal, maar in het Esperanto in de computer brengen, alle bovenvermelde onduidelijkheden en twijfels ineens zijn opgelost !
Door zijn eenvoud en logika bewijst Esperanto ook hier zijn superioriteit.
Proeven die zijn genomen met Esperanto als invoertaal voor computers (Computra-Den Haag, Pan-Consult-Delft en B.S.O.-Utrecht), zijn daarom buitengewoon hoopgevend.

Esperantogrammatika in een notedop

Het alfabet
Het Esperantoalfabet wordt als volgt geschreven: a, b, c, ĉ, d, e, f, g, ĝ, h, ĥ, i, j, ĵ, k, 1, m, n, o, p, r, s, ŝ, t, u, ŭ, v, z. (en de tweeklanken aŭ en eŭ) Iedere letter stelt slechts één bepaalde klank voor. Alle woorden worden dus uitgesproken zoals ze geschreven zijn en omgekeerd. Al deze klanken zijn ons bekend. De letters hebben ook dezelfde klankwaarde, behalve de c als ts in tsaar, ĉ als tsj in tsjirpen, g als g in zakdoek (het Duitse gut of het Engelse girl), ĝ als dzj in het Engelse gentleman, ĥ als ch in kachel, ĵ als zj in het Franse journal, ŝ als sj in sjerp, u als oe in boek, v als w in willen; aŭ als au en eŭ als eeuw.

De klemtoon ligt steeds op de voorlaatste lettergreep. Voorbeelden: planto telefono, teatro, mario, internacia, ankaŭ.

Woordvorming

Woorden bestaan uit een stam en een uitgang. Door aan woordstammen (vaststaande) voor- en achtervoegsels toe te voegen, verkrijgt men nieuwe woorden.
O = de uitgang van het zelfstandig naamwoord: piano, fakto, libro
A = de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord: dika,bela, granda
E = de uitgang van het bijwoord: entuziasme, bele, simple
J = de toevoeging aan een woord voor de meervoudsvorming: libroj, faktoj
LA = het lidwoord van bepaaldheid, ('t Nederlandse de of het)
Het onbepaalde lidwoord ('t Nederlandse een) is in 't Esperanto niet nodig

JES = ja . NE = nee.
ĈU ....? (uitspraak: tsjoe) vormt vragende zinnen.
Ĉu Esperanto estas facila? Is Esperanto gemakkelijk?

Werkwoordsvorming

Zes uitgangen zijn genoeg om de enkelvoudige tijden van werkwoorden te vormen.

I is de uitgang van de onbepaalde wijs leren = lerni;
geven = doni
AS is de uitgang van de tegenwoordige tijd ik leer = mi lernas
ik geef = mi donas
IS is de uitgang van de verleden tijd ik leerde = mi lernis
ik gaf = mi donis
OS is de uitgang van de toekomende tijd zal leren = lernos
zal geven = donos
US is de uitgang van de voorwaardelijke wijs zou leren = lernus
zou geven = donus
U is de uitgang van de gebiedende wijs leer ! = lernu !
geef! = donu!

Voor- en achtervoegsels

Van de 10 voorvoegsels geven wij er hier twee:
MAL- geeft de tegenstelling dika-maldika / dik-dun
granda-malgranda / groot-klein
RE- heeft de betekenis terug- of opnieuw veni-reveni / komen-terugkomen
legi-relegi / lezen-opnieuw lezen

Van de 30 achtervoegsels geven wij hieronder ook enkele:
-AR betekent verzameling of groep arbo-arbaro / boom-bos
-EGbetekent verheviging, vergroting vento-ventego / wind-storm
-IL betekent instrument, middel flugi-flugilo / vliegen-vleugel
-EJ betekent de plek waar de handeling geschiedt manĝi-manĝejo / eten-eetzaal
-IN betekent de vrouwelijke vorm patro-patrino / vader-moeder
-UL betekent persoon die de eigenschap heeft riĉa-riĉulo/ rijk-rijkaard
-IST betekent verwijzing naar ambt of beroep dento-dentisto / tand-tandarts,
butiko-butikisto /
winkel-winkelier
baki-bakisto / bakken-bakker,
floro-floristo / bloem-bloemist,
Sana betekent gezond
Malsana is de tegenstelling, dus ziek
Malsanulo is iemand die ziek is, een zieke dus
Malsanulejo is de plaats waar zieken verblijven, een ziekenhuis dus

Met behulp van voor- en achtervoegsels kan iedereen die de taal geleerd heeft, zelf Esperanto-woorden maken. Van één stam woord kan men soms wel 10 of meer woorden maken met verschillende betekenissen. Sommigen zijn daar heel bedreven in.
En het leuke is, iedereen in de wereld die Esperanto heeft geleerd, zal die nieuwe combinatie van lettergrepen meteen begrijpen.
Heel vaak worden die "vondsten", algemeen gebruikt.

Bronvermelding

Bij de samenstelling van deze brochure zijn geraadpleegd, respectievelijk teksten of delen daarvan, overgenomen uit:

"Vijf Kunsttalen", vergelijkend onderzoek naar de waarde van het Volapük, Esperanto, Ido, Occidental en Novial. W.J.A. Manders (Proefschrift ter verkrijging van de graad van Dr in de Letteren en Wijsbegeerte) Uitg. J. Muussen, Purmerend 1947.

"Basisgegevens over de Internationale Taal, Esperanto". I. Lapenna
(Rapport uit 1965 van Prof. Dr I. Lapenna, als direkteur van het Londens Centrum voor Onderzoek en Dokumentatie over het talenprobleem in de wereld) Uitg. Universala Esperanto-Asocio, Rotterdam 1965

"De sociopolitieke, pedagogische en culturele waarde van het Esperanto" E. Symoens.
Uitg. Vlaamse Esperanto-Bond, Antwerpen 1984

"Taalbarrière in de E.G. is overkomelijk". R. Vetter 1978
(Dr R. Vetter - THD-Nieuws dd 10-02-1978),

"Esperanto Vandaag", Claude Piron en Gian-Carlo Fighiera.
Uitg. Vlaamse Esperanto-Bond 1977

"Wanted a World Language". Mario Pei 1969
( Dr Mario Pei, prof. in de Romaanse filologie aan de Columbia universiteit - U.S.A.)

"Wat Zegt U van een Zeehond ?" W.H. Mook 1970 (brochure van Drs W.H. Mook over de Internationale Taal, Esperanto)

"Het gebruik van Esperanto bij de Computer", J.O. de Kat 1986 (tekst van lezing Ir J.O. de Kat bij aanbieding nieuwe Esperanto woordenboek aan dhr D.A.Th. van Ooijen, voorzitter vaste Kamercommissie v.h. Onderwijs in de Tweede Kamer; Perscentrum Nieuwspoort '86-04-22 )


Welkom

Esperanto Nederland

Overige

Esperanto leren


Plaatselijke Groepen

Gratis

Geschiedenis

Bonvenon

Esperanto Nederland

Lokaj grupoj


Instruado

Turista informo

Ceteraj