“In Afrika ontmoetten wij enthousiaste Esperantisten.”
Interview: Rianne Sanders

In de zomer van 2024 ontmoette ik Evelyne en haar partner tijdens een wandeltocht door Frankrijk. Zij waren de eerste esperantisten met wie ik ooit kennismaakte. Ik overnachtte bij hen en die avond vertelde Evelyne zó levendig en enthousiast over Esperanto, dat ik kort daarna zelf besloot de taal te gaan leren.
Sindsdien is bij mij het verlangen gegroeid om esperantisten te interviewen die ik interessant en inspirerend vind. Evelyne, een Franse esperantiste met een jarenlange en diepe betrokkenheid – vooral in Afrika – is de eerste van hen.
Hoe kwam je in aanraking met Esperanto en waarom besloot je het te leren?
Hoewel ik geen talenwonder ben, houd ik wel van talen. Ooit vertelde mijn vriend Jean-Pierre mij dat hij een methode had om Esperanto te leren. Ik had nauwelijks eerder van Esperanto gehoord, maar het voorstel intrigeerde me. Ik begon dus alleen te leren, door de teksten over te schrijven om ze beter te onthouden en ze hardop op te zeggen, zoals het boek aanraadde. In het begin ging het puur om intellectuele nieuwsgierigheid. In het voorwoord stond dat men, als men de eerste 46 lessen had doorlopen, al in staat was om een gesprek te voeren.
Wat een uitdaging! Ik leerde dus zonder te weten dat er überhaupt mensen op aarde bestonden die die taal spraken!!! Pas later ontmoette ik toevallig echte, levende esperantisten.
Met welke activiteiten hou je je tegenwoordig bezig binnen de Esperantowereld?
Samen met vrienden hebben we twee initiatieven opgezet die nauw verbonden zijn met Esperanto en solidariteit.
Allereerst is er de vereniging Une école au Togo, opgericht in 2004 om het pas opgerichte Zamenhof-instituut in Lomé, de hoofdstad van Togo, te ondersteunen. Dankzij de inzet van enkele vrienden en van onze Franse vereniging La Maraude helpen we bij het financieren van de schoolkosten van de leerlingen.
De school, ook wel Izo genoemd, ligt in een arme wijk van Lomé en telt ongeveer 500 leerlingen, van de kleuterschool tot het einde van de middelbare school. Esperanto wordt daar vanaf de middelbare school onderwezen, en het docententeam leert niet alleen de taal, maar geeft ook de dagelijkse waarden van Esperanto mee.
Het tweede initiatief is Esperanto-Plus. Het doel daarvan is om actieve en betrokken esperantisten in Afrika te ondersteunen, waar sociale problemen vaak zeer schrijnend zijn. Westerlingen leggen iedere maand geld in om andere esperantisten in hun levensonderhoud te voorzien. Momenteel ontvangen zeven mensen ongeveer € 150 per maand om zich te kunnen wijden aan de verspreiding en de praktische toepassing van Esperanto in hun lokale omgeving. De activiteiten vinden plaats in Noord-Kivu (Congo), Madagaskar, Tanzania en Togo.

Voor ons weerspiegelt dit initiatief op een heel concrete manier het humanistische en internationalistische gedachtegoed van Zamenhof.
Uit diezelfde geest is ook een project ontstaan dat geen vereniging in strikte zin is: de Nomad’kurso. Veel esperantisten willen de taal in de praktijk gebruiken, maar vragen zich vaak af: hoe pak ik dat aan? Tegelijk willen veel mensen Afrika bezoeken, maar aarzelen zij een beetje.
Daarom hebben we beide wensen gecombineerd door reizen aan te bieden voor groepen esperantisten, met een lokale gids en intensieve taalpraktijk. Zo bezochten we Burkina Faso, Togo, Tanzania, Benin en Madagaskar, en soms ook landen in Europa zoals Polen en Tsjechië, en zelfs Cuba. Deze reizen hebben bij ons bijzondere, mooie en ontroerende herinneringen achtergelaten.
Wat is de meest bijzondere of gedenkwaardige ervaring die je dankzij je kennis van Esperanto hebt opgedaan?
Naast de vele onvergetelijke ontmoetingen in verschillende landen begon de belangrijkste ervaring met een eenvoudig telefoontje, nu – wauw! – dertig jaar geleden. Een jong Pools stel vroeg via Pasporta Servo of ze twee of drie dagen bij ons mochten logeren. Uiteindelijk bleven ze… vier jaar.
We raakten diep bevriend. Aanvankelijk droomden ze ervan naar Brazilië te gaan om La Bona Espero te bezoeken, maar door geldgebrek vonden ze geen manier om daarheen te reizen. We werkten veel samen, maar omdat Polen toen nog geen lid was van de EU, mochten we hen niet in dienst nemen.
Om hen te bedanken en hun droom te steunen, schonken we hun uiteindelijk een vliegticket. Die ervaring liet mij definitief zien welke diepe en onverwachte banden Esperanto tussen mensen kan scheppen.

Ĉu via rilato al EspIs je relatie met Esperanto in de loop der jaren veranderd? Zo ja, hoe?
Zoals golven op zee was ik soms enthousiast en soms ontmoedigd. Dankzij onze reizen in Afrika ontmoetten we vurige esperantisten die, ondanks hun levensomstandigheden, hun tijd aan Esperanto wijdden. Ik schaamde mij toen ik besefte dat in onze rijke landen, waar de mogelijkheden overvloedig zijn, de interesse in taalkundige gelijkheid bijna nihil is. Afrikaanse esperantisten hebben mijn betrokkenheid opnieuw aangewakkerd.
Hoe zie je de toekomst van Esperanto in het digitale tijdperk?
Wat dat betreft ben ik zeker geen expert. Zoals bij veel moderne technologieën hangt alles af van hoe men ze gebruikt. Maar ik blijf optimistisch: via sociale netwerken, online cursussen en aantrekkelijke digitale middelen kunnen esperantisten nieuwe kansen grijpen om de taal te bevorderen.
Welke rol spelen esperantisten volgens jou vandaag de dag in de internationale verstandhouding?
In persoonlijke en privérelaties is Esperanto een prachtig hulpmiddel, en ongetwijfeld ervaren veel taalgenoten dat dagelijks. Over het grote internationale toneel weet ik niet alles, maar ik denk dat Esperanto een heel respectabele plaats heeft naast de VN, UNESCO en andere internationale organisaties.
Ooit bezocht ons een Poolse ondernemer die een commerciële activiteit via Esperanto wilde opzetten. De echte uitdaging was mensen ervan te overtuigen de taal te leren. Tegenwoordig ontdekken echter steeds meer IT-bedrijven het voordeel van het bereiken van een groot publiek zonder hoge vertaalkosten.
De grootste troef van Esperanto blijft echter taalkundige gelijkheid. Als Esperanto vanaf de basisschool onderwezen zou worden, zou het zich razendsnel ontwikkelen.

Wat is je favoriete Esperanto-woord of -uitdrukking?
Bunta (“kleurrijk”) en elturniĝi (“zich redden”) vind ik prachtig en ik moet bekennen dat ik dol ben op de accusatief (de vierde naamval)! Zelfs al maak ik soms fouten in het gebruik ervan, ik vind het een ware “parel” van Esperanto, omdat het een rationele en elegante zinsbouw mogelijk maakt.
Wat zou je zelf nog graag willen doen of beleven binnen de Esperantowereld?
Mijn – eigenlijk onze – wens (samen met Jean-Pierre, die meedacht bij het opzetten ervan) betreft Esperanto-Plus. De vereniging functioneert zo goed dat ik droom van de oprichting van Esperanto-Plus in alle Afrikaanse landen.
De vereniging vergt veel energie en tijd, maar de inzet van beide kanten – zowel de ondersteuners als degenen die ondersteund worden – toont de magische en vindingrijke essentie van Esperanto. Daarom zouden we graag steeds meer supporters werven om een solidair en concreet netwerk tussen taalgenoten op te bouwen.
Als dit verhaal je interesse heeft gewekt en je meer wilt weten over de genoemde initiatieven, kun je contact opnemen met Evelyne: Evelyne in Frankrijk