Esperanto blijft een taal van vrede, ook op 1 april
Onder het kopje “Esperanto Nederland weigert militaire inzet Esperanto” hebben we op de website een 1‑aprilgrap geplaatst.

In dit artikel vertelden we dat de defensiemachten van Europa Esperanto zouden gaan gebruiken voor de onderlinge communicatie tussen de landen. Binnen enkele jaren zouden alle militairen en burgers bij Defensie de taal moeten leren. Het Ministerie van Defensie zou ons gevraagd hebben om daarbij te ondersteunen. Onze reactie daarop was dat wij dit niet zouden doen, omdat het ingaat tegen het ideaal waar Esperanto voor staat.
Reacties
Op de grap kregen we verschillende reacties binnen. Sommige mensen konden de humor “in deze tijd” niet waarderen en reageerden kritisch. We kregen ook positieve reacties, van mensen die grap konden waarderen. Enkele mensen vroegen om meer informatie, onder wie journalisten van zowel een lokale en als een landelijke krant. Uiteraard hebben we hen uitgelegd dat het om een 1‑aprilgrap ging. Op advies van een van hen hebben we nog iets duidelijker verwezen naar de datum 1-april.
Waarom we deze grap maakten
Met deze 1‑aprilgrap wilden we een serieuze boodschap onder de aandacht brengen: het belang van met elkaar in gesprek blijven. De Joodse, Pools‑Russische oogarts Ludwik Zamenhof bedacht de taal Esperanto in een periode van grote onderlinge spanningen. Juist om mensen bij elkaar te brengen. Ook wij, als Esperanto Nederland, vinden het belangrijk om respect te hebben voor andere mensen en andere culturen. Esperanto kan daarbij een hulpmiddel zijn. Met Esperanto ontdekken we hoe mooi en interessant andere mensen en hun achtergronden zijn.












































